Voorbeelden van architectuurdomeinen

Organisaties die met bedrijfsarchitectuur werken, doen dat meestal op een aantal gebieden. Deze architectuurgebieden komen vaker voor. Zeker voor organisaties die (pas) beginnen met bedrijfsarchitectuur of die vinden dat ze meer uit architectuur zouden moeten kunnen halen, is het zinvol om de meest gebruikte architectuurdomeinen kort toe te lichten aan de hand van voorbeelden van principes binnen zo’n domein.

werken-art5-2-busarch-icon-515px

In bovenstaande figuur zijn een aantal veel voorkomende architectuurgebieden opgenomen, samen met eentje die nu al zeer belangrijk is en die in de komende jaren nog verder in belang toeneemt (cloudarchitectuur). Elk architectuurdomein is weergegeven als een pictogram, een gestileerde weergave van een belangrijk object binnen de betreffende architectuur. Links staan de product- en de dienstenarchitectuur, weergegeven als respectievelijk een fiets en een handdruk. Daarnaast staan proces-, organisatie- en informatiearchitectuur, weergegeven als procesmodel, organogram en object- c.q. entiteitenmodel. Daarnaast ICT-architectuur (een PC), softwarearchitectuur (een applicatiescherm) en cloudarchitectuur (opslagmodules verbonden via de ‘cloud’). Bovenstaande figuur is een typische verzameling architectuurdomeinen bij een grootschalige, uitgebreide bedrijfsarchitectuur.

Deze opsomming is niet uitputtend, omdat de inrichting van de organisatie aanleiding kan geven tot het onderkennen van aanvullende architecturen, bijvoorbeeld voor geautomatiseerde productieprocessen, robotica.

werken-art5-2-info-icon-100px Informatiearchitectuur

Informatiearchitectuur gaat over de informatiehuishouding van de organisatie. Dit betreft onderliggende principes met betrekking tot de informatie zelf, namelijk de (clusters van) informatieobjecten én de verwerking daarvan, de informatiestromen. De principes, randvoorwaarden en consequenties hebben betrekking op zowel de definitie van de informatieobjecten en –stromen als op de manier waarop de organisatie daarmee om gaat.

Als toelichting een aantal typische voorbeelden van principes die betrekking hebben op de informatiearchitectuur:

  1. Informatie wordt onmiddellijk vastgelegd aan de bron op het moment dat deze beschikbaar komt.
  2. Alle informatieobjecten hebben een identificatie die onafhankelijk is van de gebruikte toepassing(en).
  3. Statistische persoonsgerelateerde informatie is nooit herleidbaar tot individuele personen.
  4. Informatie over natuurlijke en rechtspersonen is uitsluitend toegankelijk voor behandelend medewerkers of de natuurlijke personen die het betreft, dan wel de geregistreerde vertegenwoordigers van zo’n rechtspersoon.
  5. Klanten hebben altijd (24 uur per dag, 7 dagen per week) inzage in de informatie die hen betreft.

Het is duidelijk dat dit soort principes zeer grote invloed kan hebben op de inrichting van de organisatie, de manier waarop informatie wordt gerepresenteerd in geautomatiseerde systemen, de selectie en inrichting van geautomatiseerde systemen en de manier waarop werkprocessen worden uitgevoerd. Ook hangt informatiearchitectuur samen met wet- en regelgeving, corporate governance, performance management, contract- en ketenmanagement, etc.

werken-art5-2-serv-icon-100px werken-art5-2-prod-icon-100pxProduct- en dienstenarchitectuur

Elke organisatie levert producten en diensten. Producten en diensten bestaan uit onderdelen. Zoals eerder aangegeven zijn producten en diensten stoffelijk, onstoffelijk, een combinatie daarvan en soms (ook) digitaal1. Het leveren van digitale producten ligt dicht tegen het bieden van een dienst aan, terwijl het leveren van fysieke producten altijd ook (juridisch) levering van diensten inhoudt (zoals garantie). Belangrijke aspecten bij de architectuur van producten en diensten zijn nut, noodzaak en gemak van de producten en diensten voor de afnemer, de inpassing daarvan in het gebruik door of het product van de afnemer en de wijze waarop het product of de dienst andere aanbieders (concurrenten) op een achterstand zet.

Een aantal voorbeelden lichten principes binnen de product- en dienstenarchitectuur toe:

  1. Elke publiek toegankelijke dienst is gebaseerd op self-service.
  2. Alle voedingsmiddelen worden geproduceerd met uitsluitend biologisch geteelde ingrediënten waarvan per verpakking de herkomst (via de website) volledig traceerbaar is.
  3. Alle producten hebben een digitale component die de correcte werking van het product meet en de metingen communiceert met de fabrikant op een manier die volledig inzichtelijk is voor de klant/gebruiker.
  4. Producten binnen een productfamilie zijn volledig compatibel met andere producten binnen dezelfde productfamilie.
  5. Producten voldoen aan Cradle2Cradle eisen en zijn dus ontworpen om volledig gerecycled te worden.
  6. Eindassemblage wordt gedaan door de verkoper, zodat het product volledig op smaak van de klant kan worden toegesneden.

Wat uit de voorbeeldprincipes naar voren komt is dat de product- en dienstenarchitectuur de basis kan leggen voor maatschappelijk verantwoord handelen van de organisatie. Dit stelt hoge eisen aan de traceerbaarheid van producten en diensten en daarmee aan het eerder genoemde Performance en Stakeholder Management (PSM)2. Een ander aspect is dat vergaand massa-maatwerk eveneens begint bij de product- of dienstenarchitectuur. In beide gevallen vormt de informatiehuishouding (en daarmee –architectuur) hierbij de spil. In alle gevallen is duidelijk dat product- en dienstenarchitectuur zeer veel interactie heeft met de proces- en informatie-architectuur en vaak ook met de ketenarchitectuur.

Bij organisaties die fysieke producten leveren kan het zinvol zijn om productarchitectuur en dienstenarchitectuur te scheiden. Als beide gescheiden van elkaar worden gebruikt moeten deze wel goed op elkaar afgestemd zijn.

werken-art5-2-proc-icon-100px Procesarchitectuur

De belangrijkste onderwerpen van procesarchitectuur zijn de manieren waarop activiteiten binnen organisaties worden uitgevoerd. Aspecten hierbij zijn de volgorde, samenhang en indeling van taken en de werkvormen die daarmee samenhangen. Andere aspecten zijn de manieren waarop werkvormen zijn ingericht (handmatig, geautomatiseerd, een combinatie daarvan of zelfs ‘gerobotiseerd’). Ten slotte is een belangrijke invloed de plek waar de activiteiten worden uitgevoerd, op de werkplek (op kantoor) of op afstand. Die keuzes bepalen de inrichting van de bedrijfsprocessen en de rol daarbij van alle actoren, zoals medewerkers, klanten en samenwerkingspartners.

Voorbeelden van principes vanuit procesarchitectuur zijn:

  1. Klanten en afnemers maken integraal deel uit van ons bedrijfsproces.
  2. Elk bedrijfsproces wordt volledig digitaal ondersteund en is ontkoppeld van een (vaste) werkplek en dus onafhankelijk van plaats en tijd.
  3. Producten worden uitsluitend op basis van orders van eindklanten geassembleerd (‘Make–to-Order’/MTO of ‘Build-to-Order’/BTO).
  4. Registratie en administratie van activiteiten vergt geen aparte handeling, maar wordt afgeleid van het gebruik van de ICT-hulpmiddelen binnen het proces.

Zoals de voorbeeldprincipes aangeven, hebben procesarchitectuur, product- & dienstenarchitectuur en informatiearchitectuur een veel met elkaar te maken, met elk hun eigen focus.

werken-art5-2-org-icon-100px Organisatiearchitectuur

In dit architectuurdomein ligt een sterke focus op de verantwoordelijkheden en de competenties van de organisatie. Veel organisaties maken deel uit van ketens en leveren specialistische competenties aan de keten of aan samenwerkingspartners. Bij het opstellen van de organisatiearchitectuur spelen aspecten als uitbesteding, het zelf maken of juist het inkopen van onderdelen (of kennis), etc. een belangrijke rol.

Het is belangrijk om te beseffen dat een aantal aspecten hiervan soms juist expliciet ondergebracht wordt in de ketenarchitectuur in plaats van in de organisatiearchitectuur.

Voorbeelden zijn:

  1. Niet-essentiële ondersteunende diensten worden uitbesteed.
  2. Afdelingen zijn verantwoordelijk voor na- en bijscholing van medewerkers.
  3. Medewerkers en leidinggevenden stappen gefaseerd over naar nieuwe functies en rollen om continuïteit van hun (oude) activiteiten te kunnen garanderen.
  4. Afdelingen betrokken bij primaire bedrijfsprocessen zijn procesmatig (in plaats van functioneel) ingericht; ondersteunende afdelingen daarentegen functioneel.

De voorbeelden geven de impact op en samenhang met alle andere mogelijke architectuurdomeinen weer.

werken-art5-2-ict-icon-100px ICT-architectuur

De ICT-architectuur is misschien wel een van de meest genoemde architecturen. Veelal gaat deze architectuur over platforms, besturingssystemen, applicaties, opslag, beheer, beveiliging, etc. Vaak wordt de ICT-architectuur daarom aangevuld met gespecialiseerde architecturen, bijvoorbeeld softwarearchitectuur of opslagarchitectuur.

Ook hier een aantal voorbeelden van ICT-principes:

  1. Informatieobjecten die in meer dan één applicatiesysteem voorkomen worden real-time met elkaar gesynchroniseerd.
  2. Alle toepassingen zijn met één combinatie van gebruikersnaam en wachtwoord toegankelijk (Single Sign-On/SSO), met uitzondering van de beheer- en beveiligingssystemen, waarbij bevoegde medewerkers per functie moet inloggen.
  3. Alle werkstations gebruiken een gevirtualiseerde desktop, zodat gebruikers op willekeurige werkplekken hun eigen desktop kunnen gebruiken.
  4. Alle binnenkomende en uitgaande emailberichten worden gearchiveerd.
  5. Alle opslag is centraal, op ten minste twee fysiek gescheiden locaties.
  6. Applicaties worden op de werkprocessen afgestemd in plaats van andersom.
  7. Backup en archivering zijn zodanig ingericht dat alle zakelijke beslissingen gedurende de wettelijke termijnen transparant en reconstrueerbaar zijn.

Idealiter is de manier waarop gegevens worden opgeslagen ontkoppeld (dat wil zeggen onafhankelijk) van de manier waarop de gegevens worden verwerkt. Als het gaat om zeer veel gegevens vergt dit soms een specifieke opslagarchitectuur, met gespecialiseerde opslagfuncties. In toenemende mate wordt daarom de opslagarchitectuur belangrijk, niet alleen voor aanbieders, maar ook voor de afnemers van dit soort ‘cloud-diensten’.

werken-art5-2-sw-arch-100px Softwarearchitectuur

Een aparte vermelding is noodzakelijk voor softwarearchitectuur. Softwarearchitectuur legt de basis voor de manier waarop de software is en wordt ontwikkeld. Hoewel veel organisaties menen dat softwarearchitectuur vooral een rol speelt bij de ontwikkeling van software, kan softwarearchitectuur een belangrijke rol spelen bij pakketselectie. Tijdens de ontwikkeling krijgt pakketsoftware als SAP of Oracle Applications een groot aantal principes, randvoorwaarden en uitgangspunten mee die van belang zijn voor de inpassing van een pakket in de ICT-architectuur. De koper en gebruiker van die pakketsoftware heeft slechts zeer beperkte invloed op die principes, randvoorwaarden en uitgangspunten. Bovendien zijn die vaak impliciet.

Voorbeelden van principes binnen softwarearchitectuur illustreren dit:

  1. Presentatie, applicatielogica en gegevensopslag zijn van elkaar gescheiden.
  2. Wachtwoorden worden altijd versleuteld opgeslagen, ook in het intern geheugen.
  3. Gegevens worden nooit rechtstreeks vanuit een programma benaderd, maar via subroutines.
  4. De bedrijfslogica van een applicatie wordt op servers uitgevoerd; op werkstations hooguit presentatielogica.
  5. Het moet zonder aanpassingen aan de programmatuur mogelijk zijn om de applicatie vanuit een (private of hybrid) cloud te gebruiken.

Zoals de voorbeelden aangeven is softwarearchitectuur niet alleen beperkt tot het ontwikkelen van applicatiesystemen, maar ook op de keuze en inpasbaarheid daarvan.

werken-art5-2-stor-2-icon-100px Cloudarchitectuur

Met de ‘cloud’ is er een fundamentele verandering in de ICT gekomen. Waar vroeger servers in een serverpark stonden (lokaal of op afstand), zelf hun gegevens beheerden op hun eigen schijven en (vaak) toegewezen waren aan één toepassing, zijn de technische systemen tegenwoordig (2015) heel vaak in hoge mate gevirtualiseerd en staan veelal opgesteld in externe datacenters die via snelle internetverbindingen bereikbaar zijn. Dit houdt in dat met een of meer (zeer) krachtige servers een groot aantal computers wordt gesimuleerd, zowel servers als werkstations van gebruikers. Gesimuleerde servers kunnen specialistische taken uitvoeren, bijvoorbeeld voor communicatie, gegevensverwerking of opslag van gegevens.

Met name opslagsystemen op basis van gevirtualiseerde servers maken het mogelijk om (zeer extreem) grote gegevensverzamelingen te benaderen als ware het lokale opslag. Functies van virtuele opslagsystemen zorgen, zonder dat dat merkbaar is voor gebruikers (personen of toepassingen), dat gegevens op meer dan één locatie staan opgeslagen, met automatisch op de achtergrond permanente backup, met de garantie dat gegevens altijd beschikbaar blijven, tegen een aanzienlijk lagere beheerlast.

Additionele voordelen van het gebruik van cloudarchitectuur is dat verwerkingscapaciteit zeer snel opgeschaald kan worden, waardoor pieken en dalen dynamisch opgevangen kunnen worden. Ook kan zeer snel een kopie van een systeem worden ingeschakeld wanneer een primaire systeem een storing heeft.

Voorbeelden van principes bij cloudarchitectuur zijn:

  1. Virtuele servers hebben gespecialiseerde rollen (werkstationondersteuning, opslag, toepassingen, communicatie, beveiliging, etc.) en worden uitgevoerd op dynamisch toegewezen fysieke servers.
  2. Fysieke servers zijn verdeeld over verschillende locaties.
  3. Klasse 1 toepassingen hebben een eigen specifieke primaire applicatieserver en reserve-server als ‘hot stand-by’.
  4. Duplicaten van documenten worden herkend en daarom niet meer dan eens opgeslagen.
  5. Alle in- en uitgaande mail wordt automatisch voorzien van (een kopie van de) procesmetagegevens, inhoudelijke metagegevens en daarna gearchiveerd.

Grootschalig gebruik van virtuele servers is mogelijk door de onwaarschijnlijke toename van rekencapaciteit, opslagcapaciteit en communicatiecapaciteit.

Opmerking: Grootschalig gebruik van virtuele servers zou kunnen leiden tot substantiële uitbesteding van dit soort diensten, omdat het misschien wel onmogelijk wordt om de kennis in huis te halen om dit soort technologie te beheren.

Ketenarchitectuur

Zoals eerder aangegeven werken vrijwel alle organisaties in ketens samen. Onderstaand wordt weergegeven dat twee organisaties in de keten drie processen delen met een gedeelde informatiearchitectuur, die leidt tot één dienst.

 

werken-art5-2-vchn-icons-515px

Gemeenten werken samen met uitvoeringsorganisaties, voor WMO-zorg bijvoorbeeld, terwijl commerciële organisaties samenwerken voor de vervaardiging, distributie, verkoop en ondersteuning van producten (en diensten). In vrijwel alle gevallen zijn de taken en rollen van de verschillende organisaties tot in detail bekend. De samenwerking in de keten leidt tot informatiestromen, geldstromen en logistieke stromen. Hoe lager de marges (of hoe hoger de concurrentiedruk) binnen de keten, hoe belangrijker het wordt om de keten zo efficiënt, effectief en transparant mogelijk in te richten.
Ketenarchitectuur is een van de middelen om de effectiviteit van de gehele keten inzichtelijk te maken en maatregelen te nemen om deze verder te optimaliseren. In een aantal gevallen, maar zeker niet alle, is er een ‘natuurlijke’ keteneigenaar. Deze dwingt vaak verdere optimalisatie af bij de overige deelnemers in de keten.

Voorbeelden van principes bij ketenarchitectuur zijn:

  1. Uitbesteding van activiteiten is transparant voor klanten en afnemers, dat wil zeggen dat het voor de klant of afnemer niet merkbaar is dat een activiteit wordt uitgevoerd door een ketenpartner.
  2. Assemblage van producten is volledig uitbesteed aan gespecialiseerde partners.
  3. De klant of afnemer heeft 24/7 toegang tot de exacte status van verwerking, onafhankelijk van de ketenpartij.
  4. Onderdelen hebben een unieke identificatie, onafhankelijk van het uiteindelijke product (of merk) waarin het onderdeel is verwerkt.
  5. Continue meting van kwaliteit en performance vindt plaats op basis van door de keteneigenaar opgestelde criteria en de informatie daarover wordt real-time gedeeld in de keten.
  6. Medewerkers krijgen de gelegenheid te rouleren tussen en met strategische partners om wederzijds kennis, kunde en vaardigheden op te bouwen en in stand te houden.

Het mag duidelijk zijn dat commerciële partijen baat hebben bij het zo hoog mogelijk maken van de marge op hun product of dienst. Niet-commerciële partijen (overheden, maar ook bijvoorbeeld verzekeraars en banken) voelen deze druk minder, waardoor de effectiviteit van de keten vaak lager is.

Noten:

  1. Zie noot 3 op http://www.digital-knowledge.nl/dikn/nl/groeien/werken/business-agility-en-bedrijfsarchitectuur.html
  2. Zie http://www.digital-knowledge.nl/dikn/nl/groeien/werken/bedrijfsarchitectuur-in-context.html

Heeft u naar aanleiding van dit artikel vragen of opmerkingen? Neem dan contact op met Digital Knowledge via onze contactpagina.

[Vorige]  [Volgende]  [Terug]
Laatst aangepast op zondag 12 april 2015 12:43
interactie-klant-177px