Verslag 1 Schooljaar 2010/2011

Net als vorig schooljaar wil ik van elke periode een verslag maken om voor mezelf vast te leggen wat ik heb gedaan en wat ik er van heb geleerd. Ik werk dit jaar op een paar uitzonderingen na met dezelfde kinderen. Eén groep is in overleg met de leerkracht bijna helemaal ‘nieuw’; één kind is van een ‘gewoon’ groepje naar een ‘extra taal’ groepje overgegaan.

Ik heb in deze periode gewerkt over:

  • De wandelende boom – een ‘ontspannend’ liedje/muziekje; en ook zingen over de onderwerpen die langs komen
  • Tellen en rekenen in verschillende vormen
    - met een plaat van een klaslokaal waarop allerlei dingen geteld kunnen worden – de kinderen moeten hierbij soms heel goed zoeken!
    - met ‘fruittelplaten’; de kinderen konden kiezen welk soort fruit ze willen tellen – ik merk dat ze het leuk vinden als ze een keuze hebben; soms vraag ik ‘waar zijn er zeven?’, soms ‘hoeveel zijn er hier?’
    - met kleurtelplaten; kleur alle ‘x’ (bijvoorbeeld) blauw, hoeveel zijn ervan?
    - met de cijferdoos: een doos vol met gekleurde houten blokjes met cijfers van 1-10 die als puzzelstukjes aan elkaar passen – niet alleen in de volgorde 1-2-3 etc, ze passen allemaal aan elkaar. In de doos zitten ook ‘rekensymbolen’: + - x : en =.
    - ‘Tel de poten’: een opdracht om (1) alle dieren met 2 poten groen te kleuren, (2) met 4 poten geel etc.
    - Cijferkaartjes maken: ongeplande activiteit toen ik materiaal vergeten was - ik maak van een velletje papier kleine papiertjes waarop de kinderen allemaal een 1, een 2 en een 3 moeten schrijven.
  • Yes-No
    - met cijfers: dit is een spel met kaartjes 0-10 die met ringetjes aan elkaar vast zitten (verticaal), waarbij ze door vragen – niet raden – erachter moeten zien te komen welk cijfer iemand (ik of één van de kinderen) in zijn hoofd heeft. Heel leuk!
    - met plaatjes: zelfde systeem, vergt wel omschakeling bij de kinderen
  • Letters en taal
    - met de letterdoos: een doos met houten blokjes met letters erop, verschillende dingen hiermee gedaan
    - met letterkleurplaten: kleurplaten in de stijl ‘Kleur alle plaatjes waar je x aan het begin hoort’
    - Lotto met letters: een kind krijgt losse kaartjes met een heel alfabet; onder de andere drie verdeel ik de kaartjes van een alfabet. Het kind met het hele alfabet heeft de ‘leiding’ en draait (door elkaar) telkens een letter om. Degene (van de andere drie) die die letter heeft mag dat kaartje omkeren. Degene die als laatste al zijn kaartjes heeft omgekeerd, heeft in de volgende ronde de leiding! Dan wil ineens niemand meer winnen.
    - Plaatjes met woorden – een kaartje van mij uitkiezen, dan de letters knippen (uit folders en tijdschriften) en daarna opplakken
    - Letterkoekjes bakken: met hele groep – samen met de leerkracht – deeg gekneed, letters uitgesneden en gebakken. Daarna opgegeten!
    - Diverse letteropdrachtjes

Wat heb ik geleerd:

  • Ik merk dat door de afspraak om meer bij de thema’s van de school te blijven, ik mezelf enorm beperk in wat ik met de kinderen doe. In sommige lessen is daardoor het ‘onderzoeksgehalte’ van wat ik doe erg laag.
    Ik ben van plan daar in de volgende periode iets anders mee om te gaan. Wel aansluiten, maar niet zo rigide als ik dat de afgelopen periode heb gedaan.
  • Herhaling ‘plus’ – iets wat ik eerder heb gedaan of gebruikt weer terug laten komen – is erg zinvol. Ik kan daarmee verifiëren of is blijven hangen wat ik eerder heb gedaan en de kinderen vinden het leuk om zelf iets te vertellen als ik dan bijvoorbeeld vraag ‘wie weet nog wat je hiermee kunt doen?’.
  • Het is prettig om soms onderwerpen te hebben waarbij ik de kinderen ieder op eigen niveau iets aan kan bieden – zoals bij de cijferdoos.
  • Bij de doe-activiteit die ik toch wel in elke les wil brengen let ik erop dat er wel iets ‘voor mij’ inzit. Dat wil zeggen: niet gewoon recht-toe-recht-aan kleuren, maar iets erbij.
  • Hoe boeiend de Yes-No game is: als ik een ander item introduceer – plaatjes in plaats van cijfers – raken de kinderen in eerste instantie even de weg kwijt.
  • Sommige opdrachten die ik had verzonnen waren lastiger dan ik had verwacht – flexibel op reageren!
  • Het is heel leuk om zoals bij het letterkoekjes bakken een keer met de hele klas te werken.

Wat vonden de kinderen ervan:

  • De kinderen herkennen direct iets wat ik al eerder heb gebruikt. Als dan blijkt dat je met diezelfde materialen ook iets heel anders kunt doen, zijn ze verrast c.q. verbaasd.
  • De kinderen worden – positief – geprikkeld als ik buiten de gebaande paden ga, als ik iets ‘extra’s’ aanbied, wat ze nog niet kennen, maar wel weten!
  • De kinderen vinden het leuk om iets te kunnen kiezen!
  • De kinderen vinden het ook leuk als ze soms zelf de leiding mogen hebben en dus het verloop van een ‘spel’ kunnen bepalen. Werkt soms ook verwarrend!
[Vorige]  [Volgende]  [Terug]
vormen-verslag1