Verslag 3 Schooljaar 2009/2010

Het is mei (2010) als ik dit verslag maak. Ik realiseer me dat ik sinds januari een van de belangrijkste delen van waar ik dit schooljaar mee bezig ben heb verzuimd: het maken van een verslag per periode. Ik ga proberen dat van periode drie en vier alsnog te doen, op basis van de verslagen van de lessen, die ik gelukkig wel heb gemaakt.

In de periode januari-februari 2010 heb ik opnieuw (meestal) met dezelfde groepen gewerkt als in de eerste twee periodes. In één groep heb ik van één kind afscheid genomen. Die wilde eigenlijk alleen maar mee om het meegaan, niet omdat hij geïnteresseerd is in meedoen. Heb dit met de leerkrachten besproken en zij herkennen dit wel. In de klas is hij ook erg ‘lui’. Daarnaast leidt hij een van de andere kinderen nogal af en dat kind is wel geïnteresseerd. In overleg (al voor de kerstvakantie) hebben we een andere leerling uitgezocht, die pas sinds eind november op school is. Ik merk dat voor hem sommige dingen – in vergelijking met de anderen in zijn groep – nog lastig zijn.

Als er kinderen ziek zijn, probeer ik vervangende kinderen mee te nemen die al eerder mee zijn geweest. Die gaan zich dan ook meestal beter ‘roeren’ in de groep.

In deze periode heb ik met de moeder van één van de kinderen een gesprek gehad over wat ik doe. Zij is de enige die gereageerd heeft op de brief die ‘mijn’ kinderen voor de kerst hebben meegekregen. Het was een heel leuk en boeiend gesprek.

Ik heb één groepje waar het niet echt lekker loopt. Ik heb regelmatig een confrontatie met een van de kinderen en daarnaast is dit groepje sowieso meestal erg druk. Een van de keren in deze periode waren er maar twee kinderen in het groepje. Dat werkte geweldig: ze deden allebei nu heel goed mee. Jammer dat de kinderen elkaar soms duidelijk in de weg zitten.

Ik heb in deze periode gewerkt over:

  • Herhaling vormen (les 12): ook 3D vormen geïntroduceerd (bal, piramide, blokje (soort sponsje). Dit leverde veel gespreksstof op.
  • Het spel ‘In en om het huis’ (na mijn Letland-week): De meeste kinderen in deze groepen hadden dat nog niet met mij gedaan.
  • De winter: naar aanleiding van mijn verblijf in Letland had ik besloten dat ik Tijd – in al zijn facetten: dagdelen, week, maanden, seizoenen – wilde gaan behandelen. Het is nog niet erg uitgewerkt, maar het is nu winter, er is veel sneeuw etc, dus worden de lessen toch heel toepasselijk.
    Ik doe dit vooral via associatie: eerst praten erover, wat hoort erbij, pas daarna plaatjes met de vraag hoort dit bij de winter en waarom (niet).
  • Beroepen: een spel met zo’n 60 kaartjes van verschillende beroepen.
  • Lichaamsdelen: aanwijzen en laten benoemen.
  • Plaatje laten beschrijven: ik geef een kind een plaatje en zonder het woord te noemen moet het kind beschrijven wat er op het plaatje staat. De anderen moeten ‘raden’. Ook gespeeld in een rondje met kinderen uit groep 2.
  • Letters: op verzoek hebben we hiermee gewerkt. Naam leggen, beginletters van namen uit de klas.

Wat heb ik geleerd:

  • Ik kwam in deze periode opnieuw tot de ontdekking dat mijn plan voor een les vaak veel te vol is. Geen probleem natuurlijk: wat ik bedacht heb laat ik vervallen of gebruik ik voor een latere sessie. Ik ga in ieder geval niet proberen te pushen of haasten.
  • De kinderen vinden het leuk om als er ‘nieuwe’ kinderen bij zijn te laten zien wat zij al weten. In dat geval laat ik hun – onder mijn leiding – dingen uitleggen.
  • Vreemd genoeg is het Huisspel dit keer niet zo’n succes. Vreemd want ik heb dit vorig jaar met heel veel verschillende kinderen gespeeld en toen ging het heel goed.
  • In één groep gaat het echt niet – de les met het Huisspel. Na een half uur beëindig ik de les en gaan we terug naar de klas. ‘Krijgen we geen sticker?’ – ‘Nou ik dacht het niet, hebben we gewerkt dan?’ – ‘Ik wil toch een sticker!’ Ze maakt een scène, maar krijgt niet haar zin.
  • Ik heb gemerkt dat als ik niet zo heel erg in vorm ben – vermoeid (na Letland) of niet fit – de kinderen ‘lastiger’ zijn. Dat pikken ze gelijk op.
  • Het beroepenspel is niet eenvoudig voor de kinderen. Ik had dit spel al eerder met een ouder kind gedaan en daar was ook al gebleken dat zelfs hij (6 jaar) het lastig vindt. Het geeft wel veel leuke gespreksstof; groot verschil tussen kinderen onderling.
  • Bij het beschrijven van de plaatjes vinden de kinderen het soms jammer als het snel wordt geraden. Als ik aangeef dat dat ook betekent dat ze het heel goed hebben uitgelegd en dat het dus eigenlijk heel goed is dat het snel geraden wordt, zie je ze nadenken. Ja, zo kun je ook bekijken.
  • Het beschrijven van plaatjes is lastig voor kinderen die verbaal (in het Nederlands?) niet heel sterk zijn. Die hebben zowel moeite met het zelf beschrijven, als met het begrijpen wat de ander bedoelt.
  • Zorgen dat kinderen individueel een keuze maken: dit had ik in de vorige periode hier opgeschreven. Daar heb ik deze periode meer op gelet en soms anders ingericht; dat gaat (dan) goed.
  • Tijdens een activiteit soms even met één kind iets anders doen – bijvoorbeeld met cijfers – werkt heel goed.
  • Het ‘probleemgroepje’ blijft lastig voor mij. De meiden zijn erg ‘bij’, de jongens duidelijk minder; ik denk dat dat een van de problemen is.

Wat vonden de kinderen ervan:

  • Sommige kinderen vinden iets met letters heel leuk, anderen zijn daar overduidelijk nog niet aan toe.
  • In deze periode werd het Huisspel minder op prijs gesteld dan in juni 2009.
[Vorige]  [Volgende]  [Terug]
winterlandsch-verslag3