Alle beesten op een hoop

In dit spel gaat het natuurlijk over dieren: dieren herkennen, eigenschappen van dieren, welke dieren ‘horen bij elkaar’ etc. De meeste kinderen houden van dieren en vinden het leuk om hiermee bezig te zijn.

Varianten
Er zijn heel veel manieren om over dieren te werken. Ik noem er een paar.

1. Herkennen en benoemen van dieren, ook geschikt voor heel jonge kinderen. Er zitten misschien wel ‘lastige’ dieren bij, maar het geeft niet als een kind een dier niet weet. Veel vrijheid hier: laat een kind iets over een dier vertellen, hebben ze thuis een dier; wel steeds gerelateerd aan de plaatjes. Mogelijk geven heel jonge kinderen niet de exacte naam of de groep waartoe het dier behoort, speel hier mee (noem een antwoord niet ‘fout’).

2. Groeperen van dieren op kenmerk; bijvoorbeeld:
  • Geef een aantal (veel) plaatjes van dieren en laat het kind dieren zoeken op een opgegeven kenmerk. Bijvoorbeeld: welke dieren hebben haren, veren, leven alleen op het land, kunnen zwemmen, horen bij insecten, roofdieren, vissen etc.
  • De spelleider sorteert zelf de dieren op een van de kenmerken en vraagt het kind wat de overeenkomst tussen de gekozen dieren is. Deze variant is minder ‘vrij’ dan de eerste.
  • Laat de kinderen groepjes maken op basis van een zelf gekozen kenmerk; laat ze uitleggen wat en waarom!

3. Taal met dieren: noem een dier met de letter "x" De spelleider (of een kind) kiest een willekeurige letter uit het alfabet. Het is de bedoeling dat het kind een dier noemt waarvan de naam begint met diezelfde letter.

4. Welk dier hoort er niet bij? Dit lijkt op variant 2, alleen is het hier juist de bedoeling een onderscheidend kenmerk te vinden.
De spelleider kiest telkens een aantal plaatjes (4 of 5), waarbij er ten minste (in de ogen van de spelleider) één onderscheidend kenmerk is aan één van de dieren (die daardoor niet bij de andere hoort). De spelleider vraagt het kind de namen van de dieren te noemen, welk dier er niet bij hoort, en vooral ook waarom dat dier er niet bijhoort. Soms wil een kind zelf de spelleider te zijn. Laat dat dan gebeuren. Voorbeelden:
Leeuw-Paard-Kikker-Auto: Auto, dat is geen dier
Leeuw-Paard-Kikker-Vogel (meerdere mogelijkheden): het paard want die heeft grote oren; de vogel want die heeft een puntsnavel; of: als ik nou de vogel apart leg, wat is dan een andere reden dat die er niet bijhoort? –omdat hij vleugels heeft.

5. Twee specifieke dieren met elkaar vergelijken. Hierbij kun je de kinderen leiden naar een specifiek onderdeel van dieren of begrippen als zoogdieren, vissen, roofdieren etc introduceren.
Voorbeelden: Kameel-Dromedaris; Hond-Vis; Hond-Leeuw

Voor alle varianten geldt: er is in principe geen ‘fout’ antwoord. Soms geeft een kind zelfs een verrassende oplossing die je zelf nog niet bedacht had! Als je ook de oplossing die je zelf had bedacht wilt laten zien, leg dan dat plaatje apart en vraag wat een reden zou kunnen zijn waarom dat plaatje er niet bijhoort. Je kunt eindeloos variëren met de beschikbare plaatjes, afhankelijk van wat je wilt laten zien of waar je de nadruk op wilt leggen.

Leerdoelen
  • Dieren en namen van dieren leren kennen
  • Dieren herkennen van een plaatje
  • Leren groeperen op basis van een kenmerk (bij 2)
  • Letters (klanken) leren herkennen in spelvorm (bij 3)
  • Onderscheidende kenmerken leren zoeken (bij 4, variant op 2)
  • Introduceren van groepen dieren: vogels, zoogdieren, roofdieren, vissen, reptielen etc

Conclusie
Er zijn heel veel verschillende mogelijkheden om met dieren te werken, kinderen vertrouwd te maken met namen, soortnamen en groepen. Pas de inhoud aan aan het kind of de kinderen met wie je werkt en dan... succes verzekerd!

[Vorige]  [Volgende]  [Terug]
dierenspel