Het 'Yes-No' spel

Het Yes-No spel gebruik ik om (jonge) kinderen vertrouwd te maken met het mentale proces ‘dingen in twee groepjes verdelen’. Het doel van dat proces is om bij zogeheten ‘open problemen’ alle informatie die op een specifiek moment of in een specifieke situatie niet relevant is weg te halen. Dat helpt om het ‘zoekgebied’ op een snelle, precieze en systematische manier te verkleinen. Je kunt getallen gebruiken of plaatjes van dingen die kinderen herkennen of leuk vinden en die met elkaar verbinden (letterlijk: aan elkaar vast). Later kun je ook losse kaartjes gebruiken (leg ze verticaal of horizontaal neer). Wat er op de plaatjes staat is qua ‘inhoud’ niet van belang. Meestal speel ik dit spel met kleine groepjes kinderen.

Aanpak
Er zijn een paar regels om kinderen te leren hoe ze ‘open’ problemen kunnen aanpakken. Een daarvan is om niet alle mogelijkheden te bekijken maar het zoekgebied systematisch te verkleinen. Als je dit spel met zeer jonge kinderen doet, hebben ze in het begin waarschijnlijk wel wat oefening nodig.
Aan het begin van het spel leg je de regels uit.

  • Laat de plaatjes zien. Een kind neemt een getal of een plaatje uit de serie in zijn hoofd; de andere kinderen gaan op zoek welk getal of plaatje het is (het spel kan natuurlijk ook een-op-een gespeeld worden).
  • Het is de bedoeling dat er vragen gesteld worden waarmee de kaartjes in twee groepen verdeeld worden, je mag niet gewoon raden. Bijvoorbeeld: is het cijfer hoger dan …?
  • Het is de bedoeling dat de vragen het aantal mogelijkheden zoveel mogelijk terugbrengen (met ongeveer de helft).
  • Bij de hierboven genoemde varianten zijn de mogelijke antwoorden alleen JA en NEE.
  • Als er nog maar twee getallen of plaatjes over zijn, mag het kind raden.
  • De ‘leider’ kiest een kind om het spel te beginnen. Dat kind neemt een getal (of een plaatje in zijn hoofd) en vervolgens kunnen de anderen om de beurt een vraag stellen. Soms – als je werkt met de kaartjes aan elkaar vast – wil het kind dat ‘de leiding heeft’ de kaartjes zelf vasthouden. In dat geval zet je het kind op een stoel en laat hem de kaartjesslinger vasthouden zodat de anderen alle kaartjes kunnen zien.

Leerdoelen
Dit spel heeft als enerzijds doel de basale mathematische begrippen te ontwikkelen; anderzijds kun je hiermee de woorden om het zoekgebied te verkleinen (onder, boven, links, rechts etc) (aan)leren.

Voorbeeld
Als je bijgaande plaatjes gebruikt, neemt een kind bijvoorbeeld het ijsje in zijn hoofd. Als een kind de vraag stelt ‘is het boven de stoel?’- vraag je ‘is dat een goede vraag?, vervolgens ‘kun je een betere vraag stellen?’. Als een kind vraagt ‘is het boven de hond?’=> nee (dan vallen die plaatjes dus af, vouw ze weg of laat het kind dat doen); tweede vraag: ‘is het onder het huis?’ => nee (weer wegvouwen); derde vraag ‘is het het ijsje (of de hond)?’

Conclusie
Je kunt bij kinderen op een eenvoudige manier begrippen rondom oriëntatie en reduceren van zoekgebied aanleren in de vorm van een spel. Het voordeel is dat je dit spel al vanaf de kleuterschoolleeftijd kunt gebruiken. Kinderen vinden het leuk om het spel te spelen; tegelijkertijd ontwikkelen ze krachtige taal- en denkvaardigheden!

  yesno  
[Vorige]  [Volgende]  [Terug]
yes-no